PERSBERICHT vv VIOD: TIM BAKENS NIEUWE TRAINER vv VIOD

Tim Bakens wordt de nieuwe trainer van VIOD. De 32 jarige Bakens heeft bij VIOD een eenjarige overeenkomst getekend.

De in Duiven wonende Bakens is de jongste trainer die VIOD ooit heeft gehad voor het eerste elftal.

‘Tim past precies in het plaatje dat VIOD voor ogen heeft de komende jaren; Bouwen aan een jong team met veel eigen talenten aangevuld met een paar routiniers. Hier hoort een jonge, ambitieuze trainer bij’. Aldus Anton Seggelinck voorzitter van VIOD. ‘We hebben met Tim afgesproken dat hij de ruimte en de tijd krijgt om te bouwen aan dit nieuwe team. Dat past goed bij het beleidsplan VIOD2020’.

De oud-speler van o.a. De Graafschap, FC Volendam, RKC Waalwijk, FC Sankt Gallen heeft in de jeugd voor VIOD gespeeld voor zijn vertrek naar De Graafschap.

Einde Persbericht.

————————————————————————————————————————————————————

tim bakens

Tim Bakens (Groesbeek, 2 november 1982) is een voormalig Nederlandse betaald voetballer die bij voorkeur als verdediger speelt.

Clubcarrière:

Bakens kwam in zijn jeugd uit voor De Treffers, VV Doetinchem en VIOD, waarna hij door De Graafschap werd aangetrokken. In zijn eerste seizoen voor de ‘Superboeren’, 2001/2002, kwam Bakens al 25 keer in actie. Het seizoen dat volgde bracht de verdediger tot 21 wedstrijden. Bakens degradeerde dat seizoen met De Graafschap naar de Eerste divisie. Het seizoen 2003/2004 verliep voorspoedig voor Bakens. Hij speelde 30 wedstrijden en werd 6e met De Graafschap, maar in de nacompetitie raakte Bakens zwaar geblesseerd aan zijn knie en kon ruim een jaar niet spelen.

De Graafschap promoveerde miraculeus naar de Eredivisie door winst in de nacompetitie. Bakens revalideerde een jaar bij de Graafschap maar verlengde zijn aflopende contract niet en vertrok naar RKC Waalwijk. In de loop van het seizoen 2005/2006 maakte Bakens zijn debuut bij RKC en zijn rentree op de velden na ruim een jaar blessureleed. In het seizoen 2008/2009 droeg Bakens 29 maal het shirt van Eredivisionist FC Volendam. Hij tekent aan het eind van dat seizoen transfervrij bij Sparta Rotterdam. Hij vertrok hier zelf in de winterstop, omdat hij voor zichzelf geen toekomst zag bij Sparta. Hij sloot zich voor het seizoen 2010-11 aan bij FC Sankt Gallen, dat hem, transfervrij overnam van FC Volendam.[1]

In zijn eerste seizoen kwam hij nog tot een aantal wedstrijden, maar in het seizoen 2011-2012 zorgde een slepende blessure ervoor dat hij niet aan spelen toe kwam. Nadat hij hersteld was, speelde hij zijn wedstrijden in het tweede elftal. Voor het seizoen 2012-2013 heeft SC Cambuur hem transfervrij aangetrokken. Na een periode op proef, werd hem een contract aangeboden. In dit seizoen, waarin hij 26 wedstrijden speelde, werd hij kampioen met de Friezen. Hij koos er echter voor om terug te keren naar De Graafschap. Op 7 september 2013 zorgde hij voor de 1-0 voor De Graafschap tegen SC Telstar.

Op donderdag 22 mei 2014 maakte De Graafschap op de eigen website bekend dat de actieve carrière van Bakens beëindigd is. De verdediger kampte al geruime tijd met een heupblessure en heeft het advies gekregen te stoppen met het spelen van betaald voetbal. Bakens heeft daarna een korte periode op de administratieve afdeling gewerkt, maar vertrok daar omdat hij zich buitengesloten voelde.

Clubstatistieken

Seizoen Club Duels Goals Competitie
2001/02 Vlag van Nederland De Graafschap 25 0 Eredivisie
2002/03 Vlag van Nederland De Graafschap 21 5 Eredivisie
2003/04 Vlag van Nederland De Graafschap 30 5 Eerste divisie
2004/05 Vlag van Nederland De Graafschap 0 0 Eredivisie
2005/06 Vlag van Nederland RKC Waalwijk 15 0 Eredivisie
2006/07 Vlag van Nederland RKC Waalwijk 16 0 Eredivisie
2007/08 Vlag van Nederland RKC Waalwijk 34 2 Eerste divisie
2008/09 Vlag van Nederland FC Volendam 29 0 Eredivisie
2009/10 Vlag van Nederland Sparta Rotterdam 10 0 Eredivisie
2009/10 Vlag van Nederland FC Volendam 16 1 Eerste divisie
2010/11 Vlag van Zwitserland FC Sankt Gallen 17 1 Axpo Super League
2011/12 Vlag van Zwitserland FC Sankt Gallen 0 0 Axpo Super League
2012/13 Vlag van Nederland SC Cambuur 27 0 Eerste divisie
2013/14 Vlag van Nederland De Graafschap 14 2 Eerste divisie
Totaal 254 16
Tim Bakens in actie voor St. Gallen

Tim Bakens in actie voor St. Gallen

Tim Bakens in duel met Mark van Bommel

Tim Bakens in duel met Mark van Bommel

Tim Bakens in actie voor Cambuur

Tim Bakens in actie voor Cambuur

Tim Bakens in actie voor FC Volendam

Tim Bakens in actie voor FC Volendam

TIM BAKENS

Geschreven door: Freek Jansen in 2009
Bron: Voetbal International
Hij speelde in het verleden degradatievoetbal met De Graafschap en RKC Waalwijk, terwijl hij dit seizoen met FC Volendam opnieuw vecht om lijfsbehoud. Tim Bakens (toen 26) kent de wetten van de kelder in de Eredivisie en raakt dan ook niet snel meer in paniek. Het verhaal van een nuchtere verdediger over eindexamens, schimmel in de kleedkamer en de liefde voor de racefiets. ‘Wielrennen heeft iets magisch.’‘Ik kom uit een echte sportfamilie, maar voetbal was nooit het belangrijkste onderwerp. Wielrennen was bij ons dé sport, en daar was iedereen heel fanatiek in. Zowel mijn vader als mijn moeder heeft op respectabel amateurniveau gefietst, terwijl drie broers van mijn moeder jarenlang prof waren. De gebroeders Van Katwijk – Piet, Jan en Fons – waren in de jaren zeventig en tachtig bekende namen in het peloton. Ze hebben verschillende keren de Tour de France gereden en één oom, Fons, heeft zelfs nog twee ritten in de Vuelta gewonnen. De liefde voor het wielrennen werd met de paplepel ingegoten. In mijn jeugd gingen we op fietsvakantie in Italië en als we elders in het buitenland waren, zocht mijn vader altijd in de regionale krant op of er een wielerkoers in de buurt was. Nog altijd volg ik alles op de voet en geregeld probeer ik een wedstrijd te bezoeken. In Nederland ga ik vrijwel jaarlijks bij de Amstel Gold Race kijken, terwijl ik in het verleden met mijn oud-ploeggenoot Michael Krohn-Dehli klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix bezocht. Hij was óók wielerfan en als je langs de kant staat, voel je de ware kracht van de sport. Het is elke rit weer een individuele strijd van de sportman. Als voetballer kun je worden gewisseld als je moe bent of uit vorm, maar als wielrenner is het een constante slijtageslag. De zwaarte van de sport heeft iets magisch en als de Tour op televisie is, mis ik zelden een etappe. Vooral de anekdotes en romantische verhalen uit het verleden trekken me, daar kan ik urenlang naar luisteren.Ondanks alle wielergeweld was ik in mijn jeugd meer met de bal bezig. Samen met vriendjes op straat voetballen vond ik toch leuker dan een tochtje op de racefiets. Ik heb een deel van mijn jeugd genoten in de Gelderse plaats Groesbeek, een mooie fietsomgeving, maar ben op mijn elfde verhuisd naar de Achterhoek. Mijn vader kon als orthopeed aan de slag in een ziekenhuis in Doetinchem, terwijl mijn moeder later een baan kreeg als manager in de zorg, waardoor we verhuisden en ik ook mijn amateurclub De Treffers vaarwel moest zeggen. Ik ging spelen voor VV Doetinchem en vervolgens VIOD, waarna op mijn dertiende De Graafschap kwam. Voetballen in de jeugdopleiding daar had een vrijblijvend karakter. Ik woonde in Doetinchem, ging elke dag met mijn mountainbike naar de club en de sfeer was heel gemoedelijk. We hadden jarenlang dezelfde kern met jongens uit de Achterhoek die vooral leuk wilden voetballen, en niet zo bezig waren met het doel prof te worden. Dat was destijds ook een belangrijk verschil tussen de jeugdopleiding van De Graafschap en die van andere clubs. Het moeten was helemaal niet aanwezig, waardoor het elke dag gezellig was. Natuurlijk waren er ook jongens die bewuster ermee bezig waren, zoals Klaas-Jan Huntelaar, maar hij was een enkeling. Zo weet ik bijvoorbeeld nog goed dat we jarenlang met een groepje vóór de training op een doel gingen schieten. Niet om je traptechniek te verbeteren of zo, maar puur om de keeper voor gek te zetten. Als hij bij een penalty de verkeerde hoek koos, werd hij luidkeels uitgelachen, wat over het hele sportpark te horen was. Het contrast was dan wel groot als je Klaas-Jan aan de andere kant van het veld heel gedreven in z’n eentje zag afwerken met hekjes en pionnen. Het resultaat is inmiddels wél dat hij bij de grootste club ter wereld speelt, dus het is niet voor niets geweest.

Toch had ik die tijd in de jeugd voor geen goud willen missen. Tegenwoordig worden die jonge spelertjes helemaal gek gemaakt door makelaars, trainers en allerlei andere mensen die druk op ze leggen. Op dat vlak was De Graafschap een stap terug in de tijd. We trainden en speelden onze wedstrijden op een jeugdcomplex dat van armoede uit elkaar viel. Veel amateurclubs hadden al mooie accommodaties, maar wij moesten met twintig man een klein kleedkamertje delen met drie douches, waarvan vaak maar twee werkten, en ook nog eens met koud water. We waren eraan gewend en het zorgde tegelijkertijd ervoor dat je elke uitwedstrijd je ogen uitkeek. Spelen op mooie complexen als De Toekomst of Varkenoord was voor al die Achterhoekse jochies écht een dagje uit. Andersom lachten we ons kapot als we die gezichten van die spelers van Ajax zagen, zodra ze bij ons aankwamen. De schimmel zat letterlijk aan de muur, en dan kwamen zij met hun mooie trainingspakjes aanlopen… Juist dat gebrek aan perfectionisme zorgde voor een ongedwongen sfeer. Natuurlijk wist je dat je bij de beste spelers in de regio hoorde en je droom profvoetballer te worden kon uitkomen, maar dat zorgde niet voor onderlinge afgunst.

In de weekenden gingen we geregeld met z’n allen op stap, voor uitwedstrijden kocht ik voor de busreis voor iedereen gevulde koeken op de markt, en als we op zaterdagmiddag uit tegen FC Groningen moesten spelen, bleven we gewoon met een paar man daar hangen om uit te gaan. Je trainde uiteraard wel elke dag, maar dat zag ik als een mooie afleiding tussen het huiswerk door. Ik volgde het vwo en heb het afgerond, voordat ik een contract bij De Graafschap tekende. Dat zorgde overigens wel voor de nodige ophef in huize Bakens. Mijn ouders vonden het wel leuk dat ik aardig tegen een balletje kon trappen, maar zeker niet méér dan dat. Mijn studie was het belangrijkste, de rest kwam daarna wel. Toen ik een jaartje of achttien was en in mijn eindexamenjaar zat, beleefde ik in de A1 een heel goed seizoen. Jurrie Koolhof was destijds hoofdtrainer en Gerard Marsman technisch directeur, zij waren heel nauw betrokken bij de jeugdopleiding. Ik moest in de winterstop al hij hen komen en ze vertelden me dat ze me graag een contract wilden geven om na het seizoen definitief de stap te maken naar de selectie. Ik fietste met mijn hoofd in de wolken naar huis, maar kwam bedrogen uit. “Heel leuk voor je, maar daar komt niets van in als je niet je diploma haalt’; zei mijn vader stoïcijns. Pas als ik een half jaar later mijn eindexamen zou halen, mocht ik mijn handtekening zetten bij De Graafschap. Ik werd direct weer met beide benen op de grond gezet. Er was ook geen enkele discussie mogelijk, mijn ouders wilden niet dat ik dat contract tekende. Er zat niets anders op dan flink aan de studie te gaan en De Graafschap te informeren dat ik voorlopig afzag van de verbintenis, omdat mijn ouders het niet wilden hebben. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen, maar het was niet eenvoudig. Ik studeerde niet veel en ging er heel nonchalant mee om. Als ik iets één keer zag, dan dacht ik het wel te weten, maar kwam ik vervolgens wel eens in de problemen. Het duurde dus toch nog tot het laatst, voordat ik zeker was van mijn papiertje. De clubleiding van De Graafschap zag alles ook met lichte vrees aan. Half juni betekende het belletje van de conrector voor mij dubbel succes. Niet alleen had ik mijn vwo-diploma op zak, ook was ik zeker van een contract als profspeler van De Graafschap.

Ik besloot even alles op het voetbal te gooien en geen studie ernaast te volgen. Tot op heden is die rolverdeling zo gebleven. Soms vind ik het jammer, omdat ik wel breed georiënteerd ben, maar tot een gerichte opleiding is het nog niet gekomen. Misschien komt dat wel doordat ik me niet op een bepaald onderwerp kan richten. Ik ben geïnteresseerd in fotografie, maar ook buitenlandse talen en culturen vind ik heel boeiend, terwijl ik me momenteel bezighoud met de psychologische en sociale kant van de mens. Ik lees daar geregeld boeken over en ben nu toevallig bezig met De zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen Covey. Hij beschrijft uitvoerig op welke verschillende wijze een leider het best zijn macht kan uiten, heel interessant. Toch zou ik niet weten of ik daarmee na het voetbal iets zou willen doen. Er zit wel een bepaalde drang van avontuur in me, dus misschien dat ik nog wel eens voor een tijdje naar het buitenland wil. Een goede vriend van me heeft een jaar door Zuid-Amerika getrokken. Als ik zijn verhalen hoor, dan trekt me dat toch ook wel, maar tegelijkertijd betwijfel ik of ik die stap werkelijk zal zetten.

Het zijn ook allemaal zorgen voor later, voorlopig wil ik nog wel tien jaar actief zijn als voetballer. Ik heb ruim honderdvijftig competitieduels achter mijn naam staan, voel me lekker in de Eredivisie en wil nu die weg omhoog vasthouden. Met De Graafschap en RKC Waalwijk heb ik in het verleden ervaren wat het is te degraderen, dat ik niet zo nodig nog een keer mee te maken. Ik geloof er ook echt in dat we met FC Volendam volgend jaar weer in de Eredivisie kunnen uitkomen. We hebben bij NAC Breda en Willem II laten zien met fris voetbal wat te kunnen afdwingen en die lijn moeten we doortrekken. Met RKC was het verrassend dat we twee jaar geleden eruit vlogen, terwijl we met De Graafschap in een vrije val terechtkwamen. In Volendam is de situatie anders, omdat het letterlijk elke wedstrijd overleven is. Toch zijn we ook nog in het bekertoernooi actief, dus een beetje dromen mag best. Lijfsbehoud veiligstellen en met het hele dorp naar De Kuip voor een bekerfinale, zo slecht klinkt dat niet, toch?’

 

Geschreven door: Freek Jansen in 2009
Bron: Voetbal International