Aan het begin van het seizoen viel direct op dat dit team prima bij elkaar past. 1-0! Zijn het dan allemaal voorbeeldige spelers? Welnee! De trainers en coaches staan regelmatig tandenknarsend te kijken als blijkt dat sommige spelers de training wel erg gezellig vinden (1-1). Wat maakt dan de 2-1? Het teamgevoel! En vooral dáármee halen we de punten binnen. Iedere speler draagt zijn steentje bij, allemaal knokken ze voor zichzelf én elkaar en, zeker niet onbelangrijk, ze gunnen elkaar de kansen. Teamspelers dus.

In de Wikipedia omschrijving staat dat een TEAM  het in grote lijnen eens is over de weg naar een doel. In het geval van VIOD JO13-04 is dat de weg naar hét doel. Onze spitsen kunnen doen waarvoor ze voor opgesteld staan, namelijk scoren, maar enkel en alleen omdat ze de kansen krijgen vanuit het middenveld en zich beschermd voelen door de achterhoede. Maar hoe zou ons team zich staande houden in de 4e klasse?

Een plek in de middenmoot zou haalbaar moeten zijn gezien de geringe tegenstand in de 5e klasse, de sterke bekerwedstrijden, en de wijze waarop we overeind bleven tijdens oefenwedstrijden in de 3e klasse. Helaas verloren we in februari de bekerwedstrijd tegen AZSV door strafschoppen. Wel jammer, want we waren teruggekomen van een 0-3 achterstand tot 3-3. Maar we waren ver gekomen en hadden met goed voetbal veel concurrenten uitgeschakeld. De ‘what if’ laten we maar even voor wat het is.

 

Tijdens de eerste paar wedstrijden in de 4e klasse ondervonden we meer weerstand. Dit zorgde ervoor dat wij lekkerder gingen voetballen, wat weer goed is voor de ontwikkeling van de spelers. De eerste vier wedstrijden konden we in ieder geval op onze naam zetten. Weliswaar niet met pupillenuitslagen (met uitzondering van de 9-0 tegen Zelos), maar wel met een voldaan gevoel.  

Zaterdag 7 april jl. konden we pas echt laten zien wat we waard waren: uit tegen SP Lochem met wie wij de eerste plek deelden. Na een matige start volgende een mooie match die in ons voordeel uitpakte. Met 1-3 verdween Lochem van ‘ons’ erepodium. We dachten dat dit wat lucht zou geven, maar het bleek ‘valse lucht’ te zijn. De titel koploper werkt namelijk bij andere teams als een rode lap op een stier, maar bij ons is het een adrenalinekiller. Want waar wij afgelopen twee weken ‘maar’ tegen de nummer 10 (PAX JO13-2) en 9 (DEO JO13-2)) moesten, moesten zij tegen de nummer 1 (lees: uitdaging). En dat was te merken aan het fanatisme. De tegenstanders deden nog net geen haka. Met name PAX was allesbehalve geïntimideerd. Zij bestormden de defensie van onze stadsmuren, daarbij fanatiek aangemoedigd door de ouders. De VIOD-ouders bleven echter redelijk kalm (de reden daarvoor lees je in de laatste alinea ?). Maar met beter voetbal (en volgens onze jongens met een beetje terugbeuken) wisten wij de aanval af te weren (4-0). DEO daarentegen voetbalde de week erop minder agressief dan PAX, maar wel beter. Ze hielden de zaak goed dicht en hadden een paar verrassende aanvallen. VIOD speelde niet sterk en scherp, miste precisie en soms ook daadkracht. Geen wedstrijd om trots op te zijn, ondanks de 2-0 zege.

Na zoveel wedstrijden kunnen we wel spreken van een patroon: we beginnen 80% van de wedstrijden matig, met af en toe zelfs kluitjesvoetbal, maar breken ineens open. We laten ons niet demotiveren, worden niet zenuwachtig, en blijven strijden voor de openingstreffer.  Zoals trainer Paul zo mooi concludeerde: “Tegendoelpunten krijgen ze bijna niet (mede dankzij keeper Colin), maar ze weten uiteindelijk altijd te scoren.” Het is alleen afwachten wanneer. En als het startschot valt, dan is de tegenstander meestal wel uitgespeeld. Letterlijk en figuurlijk.

Hartelijke groeten,

Angélica Mollenhof